Toetsspecificatie

Toetsmatrijs

Wat is een toetsmatrijs
Een toetsmatrijs is een tabel waarin aangegeven wordt hoe de opgaven, behorende bij bepaalde doelstellingen, worden verdeeld over tenminste twee dimensies: inhoudscategorieŽn en gedragscategorieŽn. De toetsmatrijs is een blauwdruk, een uitgewerkt plan, dat een systematische constructie van een toets wil garanderen. Een toets die is geconstrueerd op basis van een systematisch plan zal eerder bruikbare en betekenisvolle scores opleveren dan een toets waarvan de vragen op niet systematische wijze bij elkaar zijn gehaald.

Enkele functies van een toetsmatrijs
- U vermijdt dat teveel opdrachten worden gemaakt die gericht zijn op dezelfde leerstof dan wel op dezelfde vaardigheid
- Wanneer de toetsmatrijs een juiste verhouding weergeeft van het aantal vragen in vergelijking met de verschillende onderdelen van het leer- of examenprogramma, is de kans dat de toets een representatieve steekproef vormt van de te toetsen doelstellingen groter
- U kunt als u twee toetsen over dezelfde leerstof wilt maken de gelijkwaardigheid tussen die toetsen vergroten door ze beide op te stellen aan de hand van ťťn toetsmatrijs
- De toetsmatrijs kan dienen als een verantwoording van de inhoud van de toets naar anderen, zoals collega-vakdocenten en inspectie

Een toetsmatrijs is een hulpmiddel om weer te geven op welke onderdelen van de leerstof en op welke gedragscategorieŽn de vragen uit ťťn of meer toetsen gericht zijn. Een toets is immers mťťr dan een wat toevallige verzameling goed geformuleerde vragen. Het dient een betrouwbaar beeld te geven van datgene waarin de student onderwezen is. Een goede toets moet representatief zijn voor het betreffende gedeelte van het leerstofgebied. Nu is het natuurlijk niet mogelijk zoveel vragen te stellen dat de student van elk deel van de leerstof kan demonstreren wat hij ermee kan. Dat zou dagenlange zittingen vergen. Er wordt dus een keuze gemaakt: over onmisbare onderdelen worden altijd ťťn of meer vragen gesteld en van de andere onderdelen worden sommige wťl en andere niet getoetst. Het spreekt vanzelf dat deze keuze niet elke keer precies dezelfde moet zijn, omdat men dan het risico loopt dat het onderwijs zich zal beperken tot een vaste keuze uit de leerstof. Ook mag de toets niet op te weinig onderdelen van de leerstof gericht zijn. Dan zou het een te eenzijdige steekproef worden. Bij de constructie van een toets is het nuttig van te voren een overzicht te maken van de gewenste samenstelling van de toets. Op die manier voorkomt men dat na het construeren van de afzonderlijke vragen blijkt dat er te veel op dezelfde vakinhoud of hetzelfde gedrag zijn gericht en dat andere onderdelen of gedragscategorieŽn minder aandacht zouden krijgen dan men zou wensen.
Welke van de onderwerpen het meest essentieel en relevant zijn, kan niet altijd eenvoudig bepaald worden. Een bruikbaar criterium is wel eens de tijd die in het onderwijs aan het betreffende onderwerp wordt besteed. Hoe meer tijd voor een onderwerp wordt uitgetrokken, hoe belangrijker het onderwerp waarschijnlijk is en hoe meer vragen over het onderwerp in de toets worden opgenomen.

Inhouds- en gedragscategorieŽn
De toetsmatrijs geeft een bepaling van de inhoud van de toets in termen van het gedragsaspect en het inhoudelijk aspect van de te toetsen vaardigheid. De inhoudscategorieŽn zijn vanzelfsprekend voor ieder vak verschillend. Dat is niet het geval met de gedragscomponent. Bij de gedragscomponent gaat men er vanuit dat algemene psychologische processen ten grondslag liggen aan de vaardigheden die in doelstellingen van de verschillende vakken genoemd worden. Een veel gebruikte indeling van gedragsaspecten van het cognitieve domein is de hiŽrarchische ordening van hoofdvaardigheden van Bloom c.s. (1956):
- kennis
- begrip
- toepassing
- analyse
- synthese
- beoordeling

Meestal wordt deze zesdeling, terwille van de hanteerbaarheid, terug gebracht tot een tweedeling: kennis en toepassing, of te wel: reproductie en productie. De verschillen zijn dan dat bij kennis (reproductie) de nadruk ligt op het toetsen van zaken die als zodanig geleerd en/of onderwezen zijn. Bij het toetsen van toepassing (productie) wordt van de leerling gevraagd zijn kennis toe te passen in een andere context dan hem is onderwezen. Naast de taxonomie van Bloom zijn nog andere taxonomieŽn bekend.
Ook het inhoudelijke aspect (de leerstof) kan in subcategorieŽn worden verdeeld (m.b.v. docenten en/of andere deskundigen uit het betreffende vakgebied, onderwijstypen, vervolgonderwijs en mogelijk uit het bedrijfsleven). Deze subcategorieŽn concentreren zich rond bepaalde onderwerpen uit het totale leerstofgebied. Op deze wijze verkrijgt men een redelijke afbakening van de vakinhoudelijke kant van de doelstellingen.

Voorbeelden van een toetsmatrijs

De toetsmatrijs vormt nu de grondslag voor de toetsconstructie. Hij geeft richting aan het constructieproces, in die zin dat de toets nu een afspiegeling en tevens een operationalisatie kan worden van de beoogde doelstellingen. De percentages van het totaal aantal items in de toets per kolom (gedragsaspect), per rij (inhoudsaspect) en ten slotte per cel (de items als operationalisatie van de concrete doelstellingen) geven als het ware gewichten aan die de belangrijkheid van de te toetsen doelstellingen weerspiegelen. Overigens hoeven niet alle cellen gevuld te worden.

>>Lees verder


[Start] [Inleiding] [Doelspecificatie] [Toetsspecificatie] [Itemconstructie] [Toetsafname] [Itemevaluatie] [Toetssamenstelling] [Referentiekader] [Handleiding] [Sitemap]